Bestuurlijke boetes overtreding registratieplicht UBO’s
Gepubliceerd op 13 januari 2026 in Nieuws
Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van vennootschappen en andere juridische entiteiten te registreren in het UBO-register. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?
UBO

De UBO, Ultimate Beneficial Owner, is de uiteindelijk belanghebbende in een vennootschap of andere juridische entiteit. Het betreft de uiteindelijke eigenaren of de mensen die de uiteindelijke beslissingen nemen.
Het gaat onder meer om mensen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv, of meer dan 25% eigenaar zijn in een vof of maatschap. Ook mensen die meer dan 25% stemrecht hebben bij een statutenwijziging van een stichting of vereniging zijn UBO.
Let op! Is er niemand met een belang van meer dan 25%, dan zijn de hogere leidinggevenden UBO’s. Denk aan de vennoten of bestuurders.
Register
Vennootschappen en andere juridische entiteiten zijn verplicht om zelf hun UBO’s op te geven in het UBO-register bij de KVK. Doel van het register is het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme.
Handhaving
De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register. Het gaat daarbij met name om de gegevens die nodig zijn om de UBO’s te identificeren en om de informatie over de aard en omvang van het belang dat deze UBO’s hebben.
Bestuurlijke en strafrechtelijk
De handhaving kan plaatsvinden via bestuurlijke en via strafrechtelijke weg. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete is op 1 januari 2026 in werking getreden.
Hoogte bestuurlijke boete
Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.
De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.
- Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
- Bij een tweede overtreding binnen vijf jaren kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
- Bij een derde overtreding binnen vijf jaren kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
- Bij een vierde overtreding binnen vijf jaren kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
- Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaren kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.
Van belang zijnde omstandigheden
Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:
- de financiële draagkracht van de overtreder;
- de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
- de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.
Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, ligt bij de overtreder
Last onder dwangsom
De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom.

Recente reacties